Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de akte van Q-Park.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Q-Park vordert betaling van parkeerkosten, aanvullende schadevergoeding en incassokosten van gedaagde wegens het niet betalen voor parkeren en het zogenoemde 'treintje rijden' in de parkeergarage Utrecht Galgenwaard. Q-Park stelt dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn en dat gedaagde deze heeft geschonden door zonder geldig parkeerbewijs te vertrekken en treintje te rijden.
Gedaagde betwist de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden omdat zij via een andere ingang de garage is binnengekomen waar geen bord met verwijzing naar de voorwaarden stond. Ook betwist zij aansprakelijkheid voor de aanvullende schadevergoeding en stelt dat eventuele schade door nalatigheid van Q-Park is veroorzaakt.
De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat gedaagde de algemene voorwaarden heeft aanvaard, waardoor deze niet van toepassing zijn. Wel wordt geoordeeld dat treintje rijden maatschappelijk onaanvaardbaar is, maar onvoldoende is gesteld dat Q-Park daardoor schade heeft geleden. Daarom wordt alleen het tarief voor de verloren parkeerkaart toegewezen, evenals incassokosten en wettelijke rente. De aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van € 20,00 parkeerkosten, € 40,00 incassokosten en proceskosten van € 310,84, met wettelijke rente vanaf de datum van het incident.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van parkeerkosten en incassokosten, maar de aanvullende schadevergoeding wegens treintje rijden wordt afgewezen.