ECLI:NL:RBZWB:2023:6614
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Duinhof
- Rechtspraak.nl
Schorsing voogd en verlenging voorlopige voogdij in belang minderjarige
De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 25 augustus 2023 uitspraak gedaan in een rekestprocedure betreffende de voogdij over een minderjarige. De tante was eerder geschorst in haar voogdijfunctie en de voorlopige voogdij was aan Stichting Jeugdbescherming west Zeeland (GI) toegewezen. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om voortzetting van deze situatie vanwege ernstige zorgen over de veiligheid en sociaal-emotionele ontwikkeling van de minderjarige.
Tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren werden verschillende betrokkenen gehoord, waaronder de pleegvader, de tante, de GI en de minderjarige zelf. De minderjarige gaf aan niet meer bij het pleeggezin te willen verblijven en wenste begeleid zelfstandig wonen. De tante gaf aan de zorg voor de minderjarige niet langer te kunnen dragen en wilde dat een professionele instantie de regie overnam.
De kinderrechter concludeerde dat de tante niet langer in staat is de voogdij adequaat uit te oefenen en dat het in het belang van de minderjarige is dat de GI als professionele instantie de voorlopige voogdij blijft voeren. De schorsing van de tante wordt daarom gehandhaafd en de voorlopige voogdij verlengd tot 17 november 2023, met de mogelijkheid tot verlenging indien voor die datum een definitieve voorziening wordt aangevraagd.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct gevolgd moet worden, ook bij eventueel hoger beroep.
Uitkomst: De schorsing van de tante als voogd wordt gehandhaafd en de voorlopige voogdij aan de GI verlengd tot 17 november 2023.