Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar aanvraag bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
De kern van de beoordeling betreft het griffierecht van €184,- dat door verzoekster binnen de gestelde termijn had moeten worden voldaan. De griffier heeft verzoekster bij aangetekende brief van 24 augustus 2023 in de gelegenheid gesteld om het griffierecht binnen twee weken na dagtekening van die brief te betalen. Deze brief is op 26 augustus 2023 bezorgd, maar verzoekster heeft het griffierecht niet tijdig betaald.
Verzoekster heeft geen reden voor het verzuim gegeven, waardoor geen verontschuldiging is gebleken. Op grond hiervan verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.