De Stichting Jeugdbescherming Brabant verzocht de rechtbank om een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een pasgeboren minderjarige, die samen met haar moeder in het ziekenhuis verblijft. Er zijn ernstige zorgen over het welzijn van de minderjarige omdat de moeder mogelijk amfetamine heeft gebruikt kort voor de bevalling en de minderjarige ontwenningsverschijnselen vertoont.
De moeder heeft beperkte opvoedcapaciteiten, blijkt moeilijk leerbaar en heeft de veiligheid van de minderjarige in gevaar gebracht door haar alleen te laten in onveilige situaties. Eerder verblijf van de moeder in een beschermde woonvorm bood onvoldoende veiligheid vanwege haar behoefte aan continue toezicht en gespecialiseerde begeleiding.
De kinderrechter oordeelt dat uitstel van de mondelinge behandeling niet mogelijk is zonder ernstig gevaar voor de minderjarige. Daarom wordt een spoedmachtiging verleend voor een periode van twee weken, met onmiddellijke ingang, waarna een mondelinge behandeling volgt over een aansluitende machtiging voor zes maanden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.