Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.Het verzoek
3.De gronden van het wrakingsverzoek
“Bij deze ga ik over tot wraking van de voorzitter wegens de schijn van partijdigheid wegens het moedwillig schenden van het recht op (fatsoenlijke) verdediging.(…)”
4.De beoordeling
5.De beslissing
- verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met nummer 02-318109-22 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het verzoek.