Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene01], geboren op [geboortedatum01] 1978 te [geboorteplaats01] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 september 2023 een beschikking gegeven over het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.
Betrokkene ontkent een psychose en bedreigingen, wil niet meer in gesprek met de GGZ en wenst zijn vrijheid terug. De behandelaar stelt echter dat betrokkene een paranoïde psychotisch toestandsbeeld vertoont met achterdocht naar zijn omgeving en dat drugsgebruik een luxerende factor is. Betrokkene heeft huisvesting, werk en familiecontact verloren. De advocaat pleit namens betrokkene voor afwijzing van het verzoek, gezien het belang van vrijheid en het ontbreken van rust in opname.
De rechtbank stelt vast dat er een vermoeden bestaat van schizofreniespectrum- en persoonlijkheidsstoornissen en dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank wijst het verzoek tot cameratoezicht af wegens afwezigheid daarvan in de accommodatie, maar acht de overige vormen van verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend tot en met 11 oktober 2023, met maatregelen zoals toediening van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting en opname in een accommodatie. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorgmaatregelen tot en met 11 oktober 2023, met uitzondering van cameratoezicht.