Uitspraak
[rechthebbende],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Stadlander verhuurt sinds november 2020 een woning aan de heer [rechthebbende], wiens goederen onder bewind zijn gesteld met CAV als bewindvoerder. Na een geweldsincident in januari 2023 waarbij de huurder werd aangehouden en in voorlopige hechtenis verbleef, is de woning op 7 maart 2023 ontruimd op grond van een kort geding vonnis. Ondanks verzoek heeft CAV de huurovereenkomst niet opgezegd.
Stadlander vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens ernstige overlast en mishandeling door de huurder, wat een tekortkoming vormt. CAV voert verweer met onder meer zelfverdediging, medische omstandigheden en mogelijke dakloosheid van de huurder. Daarnaast vordert CAV schadevergoeding wegens onrechtmatige ontruiming, wat Stadlander betwist.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder zich niet als goed huurder heeft gedragen door intimidatie, bedreigingen en mishandeling, waardoor de ontbinding gerechtvaardigd is. De belangenafweging valt uit in het voordeel van Stadlander, mede omdat de huurder zelf heeft aangegeven niet terug te willen keren. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. CAV wordt veroordeeld in de proceskosten inclusief salaris gemachtigde.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de schadevordering wegens onrechtmatige ontruiming wordt afgewezen.