ECLI:NL:RBZWB:2023:6672
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing en gedateerde staat
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €233.000 per 1 januari 2020. De heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting was belanghebbende en zijn gemachtigde niet aanwezig, maar de rechtbank stelde vast dat de oproep correct was verzonden en ontvangen. De rechtbank beoordeelde of de WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelastingen te hoog waren vastgesteld.
De heffingsambtenaar gaf ter zitting aan dat de waarde te hoog was vastgesteld en verminderd moest worden, maar onderbouwde dit niet met een concreet bedrag. Belanghebbende stelde een waarde van €185.000 voor, maar maakte dit niet aannemelijk met berekeningen of vergelijkingsobjecten.
Omdat geen van beide partijen de waarde aannemelijk kon maken, stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €228.000. De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €228.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig aangepast.