Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene01], geboren op [geboortedatum01] 1963 te [geboorteplaats01] ;
4 september 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 4 september 2023 een beschikking gegeven op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1963. Het verzoek betreft verplichte zorg voor een periode van twaalf maanden, waaronder het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten en opname in een accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan dat het goed met hem gaat en dat hij meewerkt aan medicatiegebruik, waarbij de depotmedicatie geen bijwerkingen veroorzaakt. De behandelaar bevestigde dat de situatie onder de huidige medicatie stabiel is, maar benadrukte dat een nieuwe zorgmachtiging noodzakelijk blijft vanwege eerdere ontregeling bij medicatiestaking en het ontbreken van ziektebesef.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen, waaronder autisme en PTSS, die leiden tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en agressief gedrag. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar en de verplichte zorg is evenredig en gericht op het afwenden van ernstig nadeel en het bevorderen van deelname aan het maatschappelijk leven.
De rechtbank wees enkele gevraagde zorgvormen af die niet noodzakelijk zijn gebleken. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 4 september 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor twaalf maanden met verplichte medicatie, bewegingsbeperking en opname.