ECLI:NL:RBZWB:2023:6699

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 september 2023
Publicatiedatum
25 september 2023
Zaaknummer
02-287540-22
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
  • Van der Pols
  • De Beer
  • Haesen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak minderjarige voor bezit kinderporno wegens ontbreken opzet en strafbaarheid

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 25 september 2023 de zaak tegen een minderjarige verdachte die werd verdacht van het verwerven en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. De tenlastelegging betrof onder meer afbeeldingen die via een Snapchatgroep waren ontvangen en materiaal van zijn ex-vriendin.

De officier van justitie stelde dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan bezit van kinderpornografisch materiaal, terwijl de verdediging betoogde dat het materiaal van de ex-vriendin niet strafbaar was vanwege de geringe leeftijdsverschillen en wederzijdse toestemming. Ook werd aangevoerd dat verdachte de overige afbeeldingen onbewust in bezit had en deze had verwijderd.

De rechtbank oordeelde dat het bezit van de afbeeldingen van de ex-vriendin bewezen was, maar dat de omstandigheden en leeftijdsverschillen het niet strafbaar maakten. Voor de overige afbeeldingen ontbrak het aan (voorwaardelijk) opzet en beschikkingsmacht, mede doordat de afbeeldingen zonder speciale software niet meer toegankelijk waren. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van dat deel van de tenlastelegging.

De rechtbank verklaarde verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de schade niet aan verdachte was toegerekend.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontbreken van opzet en strafbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
parketnummer: 02-287540-22
vonnis van de meervoudige kamer van 25 september 2023
in de strafzaak tegen de ten tijde van het tenlastegelegde feit minderjarige
[verdachte01],
geboren op [geboortedatum01] 2005 te [geboorteplaats01] ,
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
raadsvrouw mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 11 september 2023, waarbij de officier van justitie mr. M.P. de Graaf en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 2 maart 2022 kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven en/of in zijn bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het verwerven en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Op zijn telefoon zijn kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen van een meisje, die zij zelf naar verdachte heeft gestuurd. Verder zijn kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen die verdachte via een Snapchatgroep heeft ontvangen. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij deze laatste afbeeldingen heeft verwijderd, maar deze zijn wel nog op zijn telefoon aangetroffen. Hij had er dus de beschikking over.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat verdachte weliswaar in het bezit was van seksueel beeldmateriaal van [slachtoffer01] , maar dat dit niet is te kwalificeren als een misdrijf tegen de zeden. Verdachte en [slachtoffer01] , die in geringe mate van leeftijd verschillen, stuurden over en weer filmpjes naar elkaar. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest om dit te bestraffen. Verdachte dient ten aanzien van de afbeeldingen waarop [slachtoffer01] te zien is te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens niet strafbaarheid van het feit.
Verder stelt de verdediging zich op het standpunt dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen vanwege het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet. Zij heeft voor dat deel van de tenlastelegging vrijspraak bepleit. Verdachte heeft niet bewust afbeeldingen van kinderpornografische aard in zijn bezit gehad. Hij was lid van een Snapchatgroep en ontving daarin foto’s en video’s. Om deze te kunnen bekijken moet je daarop klikken. De afbeeldingen worden dan op je telefoon opgeslagen. Toen hij zag dat er afbeeldingen van kinderpornografische aard werden gedeeld is hij uit de groep gestapt. De afbeeldingen zelf heeft hij verwijderd van zijn telefoon. In het extractierapport staat bij de afbeeldingen dat deze zijn aangetroffen in de directory ‘pad:PhotoRecoveryTemp’ , hetgeen lijkt te passen bij de verklaring van verdachte dat hij ze heeft verwijderd.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
4.3.2
De bewijsoverwegingen
Afbeeldingen [slachtoffer01]
Niet wordt betwist dat op de telefoons van verdachte afbeeldingen van kinderpornografische aard van [slachtoffer01] zijn aangetroffen. Op grond van de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen kan het tenlastegelegde feit voor zover dat ziet op de video’s waarop [slachtoffer01] is te zien bewezen worden verklaard.
Overige kinderpornografische afbeeldingen
Ten aanzien van de overige kinderpornografische afbeeldingen overweegt de rechtbank als volgt.
Voor een veroordeling van het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen is (voorwaardelijk) opzet vereist, hetgeen tot uitdrukking komt in een zekere (beschikkings)macht. De vraag is dan ook in hoeverre verdachte opzettelijk heeft gehandeld.
Verdachte heeft in Snapchat groepen diverse afbeeldingen ontvangen, die hij pas kon zien nadat hij daarop had geklikt. Op dat moment werden de afbeeldingen ook gedownload. Soms werden er afbeeldingen van kinderpornografische aard meegezonden. Verdachte heeft verklaard dat hij deze van zijn telefoon heeft verwijderd en dat hij uit de groep is gestapt, omdat hij ‘er dan klaar mee was’. Hij wist niet dat de afbeeldingen, ondanks dat hij ze had verwijderd, toch nog ergens op zijn telefoon stonden. Zijn verklaring wordt ondersteund door het feit dat de door de politie aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen zijn opgeslagen in de directory’s ‘data/Root/media/0/PhotoRecoveryTemp/’ en ‘ ALL_RECOVERED_VIDEO ’. De rechtbank maakt hieruit op dat de afbeeldingen zonder daarvoor bestemde software niet meer waren te benaderen. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de verklaringen van verdachte ook niet worden afgeleid dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het in bezit hebben van de in de tenlastelegging bedoelde kinderpornografische afbeeldingen. In dat verband is van belang dat niet is gebleken dat verdachte bewust op zoek is geweest naar afbeeldingen van kinderpornografische aard. De, zeker in verhouding met de aangetroffen hoeveelheid ‘gewoon’ pornografisch materiaal, relatief geringe hoeveelheid kinderpornografisch materiaal ondersteunt de verklaring van verdachte dat hij niet uit was op het in bezit hebben daarvan en dat dit via de Snapchat groep (ongewild) op zijn telefoon is terechtgekomen. Gelet op het vorenstaande houdt de rechtbank het er voor dat verdachte de tenlastegelegde afbeeldingen van zijn telefoon had verwijderd.
Nu er op de tenlastegelegde datum geen sprake (meer) is geweest van een zekere beschikkingsmacht met betrekking tot de afbeeldingen van kinderpornografische aard, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dat deel van de tenlastelegging.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 2 maart 2022 te [woonplaats01] , telkens afbeeldingen, te weten video’s, en gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten smartphones (Samsung A8 en een Samsung S09) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad,
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de vingers en een voorwerp vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer01] en hij over en weer op beider initiatief en met elkaars toestemming naaktmateriaal hebben verstuurd van zichzelf. Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat de afbeeldingen in 2020 zijn gestuurd en dat verdachte toen vijftien jaar oud was en [slachtoffer01] dertieneneenhalf jaar oud.
Zoals hiervoor overwogen, voldoen de video's aan de bestanddelen die de wet stelt voor bewezenverklaring van kinderporno. De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen onder welke omstandigheden [slachtoffer01] de video’s aan verdachte heeft gezonden. [slachtoffer01] is immers niet door de politie gehoord. De rechtbank zal, nu er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel, uitgaan van de verklaring van verdachte dat verdachte en [slachtoffer01] dit over en weer vrijwillig deden binnen de relatie die zij hadden. Hoewel [slachtoffer01] ten tijde van het maken van de afbeeldingen minderjarig was, was ook verdachte minderjarig en verschilden zij slechts in geringe mate in leeftijd. Zij bevonden zich, voor zover de rechtbank dat kan beoordelen, in dezelfde levensfase. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen tussen verdachte en [slachtoffer01] (kunnen) passen binnen de normale seksuele handelingen die jongeren op deze leeftijd verrichten, nu het sturen van afbeeldingen en video’s van seksuele aard een steeds meer gangbare manier is voor jongeren om hun seksualiteit te beleven. Daarbij is van belang dat niet is gebleken dat verdachte de afbeeldingen ook heeft doorgestuurd naar anderen.
De rechtbank is, alle genoemde omstandigheden in aanmerking genomen, van oordeel dat het handelen van verdachte niet kan worden gekwalificeerd als een misdrijf tegen de zeden als bedoeld in de wet.
Het voorgaande brengt de rechtbank tot de slotsom dat verdachte wel afbeeldingen van kinderpornografische aard in zijn bezit heeft gehad, maar dat hij daarvoor niet strafbaar is.

6.De benadeelde partij

Namens de minderjarige benadeelde partij [slachtoffer01] heeft [vader slachtoffer01] (vader van de benadeelde partij) als wettelijk vertegenwoordiger, een vordering tot schadevergoeding ingediend.
De feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan zijn niet aan verdachte tenlastegelegd. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

7.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan het deel van het tenlastegelegde feit dat ziet op de afbeeldingen van kinderpornografische aard die niet van [slachtoffer01] zijn;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben;
- verklaart
verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;
Benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer01] niet-ontvankelijk in de vordering.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Pols, voorzitter, mr. De Beer en mr. Haesen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. Philipsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 september 2023.
Mr. Van der Pols en mr. Haesen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.