De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 25 september 2023 de zaak tegen een minderjarige verdachte die werd verdacht van het verwerven en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. De tenlastelegging betrof onder meer afbeeldingen die via een Snapchatgroep waren ontvangen en materiaal van zijn ex-vriendin.
De officier van justitie stelde dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan bezit van kinderpornografisch materiaal, terwijl de verdediging betoogde dat het materiaal van de ex-vriendin niet strafbaar was vanwege de geringe leeftijdsverschillen en wederzijdse toestemming. Ook werd aangevoerd dat verdachte de overige afbeeldingen onbewust in bezit had en deze had verwijderd.
De rechtbank oordeelde dat het bezit van de afbeeldingen van de ex-vriendin bewezen was, maar dat de omstandigheden en leeftijdsverschillen het niet strafbaar maakten. Voor de overige afbeeldingen ontbrak het aan (voorwaardelijk) opzet en beschikkingsmacht, mede doordat de afbeeldingen zonder speciale software niet meer toegankelijk waren. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van dat deel van de tenlastelegging.
De rechtbank verklaarde verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de schade niet aan verdachte was toegerekend.