ECLI:NL:RBZWB:2023:6721
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van 't Nedereind
- Rechtspraak.nl
Verdeling eenvoudige gemeenschap en gezamenlijke schuld na overlijden samenwonende partner
De moeder van eiser, de erflaatster, overleed onverwachts in 2022. Eiser is de enige erfgenaam en heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. Gedaagde had een langdurige affectieve relatie met de erflaatster; zij woonden sinds december 2021 samen in een huurwoning. Er was geen huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract.
Eiser vorderde betaling en afgifte van diverse nalatenschapsgoederen en bedragen van gedaagde, waaronder verandahout en inboedel, alsmede vergoeding van ten onrechte gedane betalingen. Gedaagde stelde dat het banksaldo en inboedel gemeenschappelijk waren en slechts de helft daarvan tot de nalatenschap behoorde, en voerde een verrekeningsverweer met betrekking tot een gezamenlijke geldlening bij ING.
De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een eenvoudige gemeenschap tussen gedaagde en erflaatster, met gelijke verdeling van activa en passiva. De helft van het banksaldo en de inboedel, alsmede de helft van de gezamenlijke schuld, behoren tot de nalatenschap. De waarde van de inboedel werd geschat op €9.000, waarvan de helft toewijsbaar is. Na verrekening van de schuld resteert een bedrag van €4.776,58 dat gedaagde aan eiser dient te betalen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde moet €4.776,58 aan eiser betalen met wettelijke rente, na verrekening van de gezamenlijke schuld.