Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
13 maart 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt met vasculaire dementie voor de duur van zes maanden. De rechtbank hield twee mondelinge behandelingen op het woonadres van cliënt, waarbij cliënt, haar advocaat, casemanager dementie, huisarts en dochters werden gehoord.
Cliënt gaf aan het goed thuis te hebben en wilde graag in haar woning blijven. Haar advocaat bepleitte afwijzing van het verzoek. De huisarts en casemanager stelden echter dat de thuissituatie onhoudbaar was, cliënt geen ziekte-inzicht had, niet meer voor zichzelf kon zorgen, en 24-uurszorg nodig had die thuis niet geboden kon worden. Cliënt verzet zich tegen opname.
De rechtbank concludeerde dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening (vasculaire dementie) die leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De opname en verblijf in een verpleeginstelling zijn noodzakelijk en geschikt om dit nadeel te voorkomen, en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven. De machtiging wordt daarom verleend voor zes maanden, met ingang van 13 september 2023 tot 13 maart 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door vasculaire dementie.