Uitspraak
1.De procedure
- de aanvullende productie d.d. 28 april 2023 van Woonkwartier.
2.De feiten
€ 588,83 voor de maanden november 2022, december 2022 en januari 2023) te betalen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Stichting Woonkwartier vordert in kort geding de ontruiming van een woning en betaling van een huurachterstand door de huurder, die niet is verschenen en in verstek is verklaard. De huurder heeft sinds 2013 de woning gehuurd, met een maandelijkse huur van €588,83. In 2021 was er al een procedure wegens vermeende onderverhuur en huurachterstand, maar de ontbinding werd toen afgewezen omdat de achterstand was ingelopen.
In de huidige zaak heeft Woonkwartier een nieuwe huurachterstand vastgesteld van zes maanden tot en met maart 2023, met een totaalbedrag van €3.519,74. De huurder is ook aangemeld bij schuldhulpverlening. Woonkwartier stelt dat de huurder herhaaldelijk tekortschiet in zijn betalingsverplichtingen en dat er een spoedeisend belang is bij ontruiming om verdere achterstanden te voorkomen.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering gegrond is, omdat de nieuwe achterstand een andere grondslag heeft dan de eerdere bodemprocedure en toewijzing in kort geding gerechtvaardigd is. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening, betaling van de achterstand met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, en betaling van de huur voor elke maand verblijf na 31 maart 2023 met rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van de huurachterstand met wettelijke rente, met het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.