ECLI:NL:RBZWB:2023:6749
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen legesaanslag voor omgevingsvergunning paardenbak
Belanghebbende heeft op 23 april 2021 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van een paardenbak, waarvoor de heffingsambtenaar leges van €85,30 in rekening bracht. Belanghebbende stelde dat de gemeente de eerste vergunning had moeten wijzigen in plaats van een nieuwe aanvraag te laten indienen, waardoor onterecht leges werden geheven.
De rechtbank oordeelt dat de leges terecht zijn geheven omdat er een nieuwe aanvraag is ingediend en dat de procedure over de eerste vergunning buiten beschouwing blijft. Ook is vastgesteld dat het bedrag van €85,30 conform de tarieventabel is en niet te hoog is vastgesteld. De stelling dat de leges op een onjuiste grondslag zijn gebaseerd wordt verworpen.
Daarnaast verzocht belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens de duur van de procedure, maar de rechtbank constateert dat de redelijke termijn niet is overschreden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, de legesnota blijft in stand en er is geen recht op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag van €85,30 wordt ongegrond verklaard en de legesnota blijft in stand.