ECLI:NL:RBZWB:2023:6769
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Combee
- Rechtspraak.nl
Voortzetting ondertoezichtstelling minderjarige wegens zorgen over opvoedsituatie en hulpverlening
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om de ondertoezichtstelling van een minderjarige voort te zetten tot 29 maart 2024. De moeder heeft het ouderlijk gezag en de minderjarige woont bij haar. Hoewel de moeder zich meewerkend opstelt en positieve veranderingen heeft doorgemaakt, blijven er grote zorgen over haar opvoedvaardigheden en de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.
De gecertificeerde instelling (GI) benadrukt het belang van hulpverlening, met name buitenschoolse opvang en behandeling, maar de uitvoering wordt bemoeilijkt door de betrokkenheid van Crossroads, die de inzet van zorgaanbieders blokkeert en een alternatief vanuit het netwerk van de moeder voorstaat, wat door de GI en moeder als onwenselijk wordt gezien. Dit leidt tot vertraging en extra inspanningen van de GI.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor voortzetting van de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn. De hulpverlening moet worden opgestart en de situatie thuis blijft onvoldoende duidelijk. De kinderrechter uit ernstige zorgen over de rol van Crossroads, die zonder duidelijke juridische grondslag een deel van de wettelijke taak van de GI overneemt en daarmee de hulpverlening vertraagt.
De beschikking wijst het resterende deel van het verzoek tot ondertoezichtstelling toe en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden via de griffie van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 29 maart 2024 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.