ECLI:NL:RBZWB:2023:6778
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vervolgingskosten naheffingsaanslagen omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs verzending aanmaning en dwangbevel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen vervolgingskosten die de ontvanger van de belastingdienst in rekening bracht voor aanmaningen en dwangbevelen bij naheffingsaanslagen omzetbelasting over drie kwartalen van 2018. De ontvanger verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank oordeelt dat het beroepschrift ontvankelijk is omdat het tijdig bij de belastingdienst is ingediend, ook al was dat bij een onbevoegd orgaan.
Belanghebbende stelde dat hij de aanmaningen en dwangbevelen niet had ontvangen vanwege detentie, waarmee hij de verzending betwistte. De ontvanger moest aannemelijk maken dat de stukken per post waren aangeboden aan een postvervoerbedrijf, maar slaagde hier niet in. Verzoek tot inbreng van bewijsstukken werd door de rechtbank als te laat afgewezen.
De rechtbank concludeert dat de ontvanger niet heeft bewezen dat de aanmaningen en dwangbevelen zijn verzonden, waardoor de bezwaartermijn niet is gestart en de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard. De vervolgingskosten worden vernietigd. Belanghebbende krijgt proceskostenvergoeding toegekend vanwege betalingsonmacht en het gegrond verklaren van de beroepen.
Uitkomst: De vervolgingskosten worden vernietigd en de ontvanger wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan belanghebbende.