ECLI:NL:RBZWB:2023:684
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens IVA-uitkering
Verzoeker kreeg op 18 augustus 2021 te horen dat hij vanaf 8 juli 2021 geen recht meer had op een Ziektewetuitkering. Na bezwaar werd dit op 24 februari 2022 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit. Op 9 november 2022 verklaarde verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk omdat verzoeker per 5 maart 2021 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt werd geacht en recht had op een IVA-uitkering.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Verweerder stemde in met een kostenveroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €837 voor de beroepsmatige rechtsbijstand en wees erop dat het griffierecht van €50 door verweerder moet worden vergoed.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van €837 aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten op 31 januari 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van €837 aan proceskosten na intrekking van het beroep door verzoeker.