De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 3 oktober 2023 om voorlopige voogdij over een minderjarige toe te wijzen aan Stichting Jeugdbescherming West Zeeland. Dit verzoek werd gedaan nadat de moeder van de minderjarige was overleden en de vader, hoewel formeel gezagsdrager, feitelijk al jaren niet betrokken was bij de zorg voor het kind.
De kinderrechter oordeelde dat het gezag niet wordt uitgeoefend en dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening te voorzien. Daarom werd de voorlopige voogdij zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden toegewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De voorlopige voogdij is toegekend voor de duur van drie maanden, met mogelijkheid tot verlenging indien nodig. De betrokken partijen worden uitgenodigd voor een mondelinge behandeling op 13 oktober 2023 om hun mening te geven over de maatregel.
De beschikking is mondeling gegeven op 3 oktober 2023 en schriftelijk vastgelegd op 4 oktober 2023.