ECLI:NL:RBZWB:2023:6859
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen kennisgeving wettelijke rente
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake een kennisgeving kostenvergoeding met wettelijke rente. De inspecteur had de wettelijke rente toegekend wegens te late betaling van een aan belanghebbende toe te kennen vergoeding.
De rechtbank overweegt dat het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent, waarbij alleen bezwaar en beroep mogelijk zijn tegen besluiten die volgens de belastingwetgeving voor bezwaar vatbaar zijn. De kennisgeving van wettelijke rente is gebaseerd op artikel 6:119 BW Pro en vormt geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom is deze kennisgeving niet vatbaar voor bezwaar en beroep.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat het beroep kennelijk ongegrond is. Tevens is er geen verplichting tot het houden van een hoorgesprek, noch op grond van nationale wetgeving noch op basis van Unierecht. Belanghebbende kan het geschil over de wettelijke rente voorleggen aan de burgerlijke rechter. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de kennisgeving wettelijke rente.