ECLI:NL:RBZWB:2023:6859

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
5 oktober 2023
Zaaknummer
23_2814
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArtikel 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen kennisgeving wettelijke rente

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake een kennisgeving kostenvergoeding met wettelijke rente. De inspecteur had de wettelijke rente toegekend wegens te late betaling van een aan belanghebbende toe te kennen vergoeding.

De rechtbank overweegt dat het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent, waarbij alleen bezwaar en beroep mogelijk zijn tegen besluiten die volgens de belastingwetgeving voor bezwaar vatbaar zijn. De kennisgeving van wettelijke rente is gebaseerd op artikel 6:119 BW Pro en vormt geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom is deze kennisgeving niet vatbaar voor bezwaar en beroep.

De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat het beroep kennelijk ongegrond is. Tevens is er geen verplichting tot het houden van een hoorgesprek, noch op grond van nationale wetgeving noch op basis van Unierecht. Belanghebbende kan het geschil over de wettelijke rente voorleggen aan de burgerlijke rechter. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de kennisgeving wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2814

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats], belanghebbende

([gemachtigde]),
en

De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 11 april 2023, betreffende de kennisgeving kostenvergoeding van 8 december 2022, naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van 14 oktober 2022.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De inspecteur heeft in de kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente toegekend omdat de bedragen die hij ingevolge de uitspraak van de rechtbank aan belanghebbende moest vergoeden, te laat heeft betaald.
3. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de in de kennisgeving toegekende wettelijke rente. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
4. In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dat betekent dat alleen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen die in de belastingwetgeving zijn aangemerkt als voor bezwaar vatbaar. Het vergoeden van wettelijke rente omdat niet tijdig is voldaan aan een betalingsverplichting, vindt zijn grondslag in artikel 6:119 BW Pro en is dus niet gebaseerd op de belastingwetgeving. Evenmin is sprake van een besluit in de zin van de Awb. De kennisgeving is dan ook geen voor bezwaar en beroep vatbare beschikking.
5. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Gelet op dat wat in onderdeel 4 is overwogen, was het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk. Om die reden was er – los van de feitelijke gang van zaken in deze zaak – geen plicht om op grond van de nationale wet een hoorgesprek te houden. Die verplichting is er ook niet op basis van het Unierecht. De klacht van belanghebbende over het hoorrecht slaagt dus niet. Het beroep is kennelijk ongegrond.
6. Belanghebbende kan het geschil met de inspecteur over de wettelijke rente voorleggen aan de burgerlijke rechter op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 29 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.