ECLI:NL:RBZWB:2023:6864

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
5 oktober 2023
Zaaknummer
BRE-23_2810
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArtikel 8:54 AwbAlgemene wet bestuursrechtWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente niet-ontvankelijk verklaard

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een kennisgeving van de inspecteur waarin wettelijke rente werd toegekend wegens te late betaling van een kostenvergoeding. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent en de kennisgeving van wettelijke rente geen besluit is dat voor bezwaar vatbaar is.

De rechtbank bevestigde dat de wettelijke rente gebaseerd is op artikel 6:119 BW Pro en niet op belastingwetgeving, en dat de kennisgeving geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast oordeelde de rechtbank dat er geen hoorplicht bestond, noch op grond van nationale wetgeving noch op basis van Unierecht, en dat belanghebbendes klacht over het ontbreken van een hoorgesprek niet slaagde.

De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en wees erop dat belanghebbende het geschil kan voorleggen aan de burgerlijke rechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2810

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

([gemachtigde]),
en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 11 april 2023, betreffende de kennisgeving kostenvergoeding van 8 februari 2023, naar aanleiding van de uitspraak van het Gerechtshof Den Bosch van 21 december 2022.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De inspecteur heeft in de kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente toegekend omdat de bedragen die hij ingevolge de uitspraak van de rechtbank aan belanghebbende moest vergoeden, te laat heeft betaald.
3. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de in de kennisgeving toegekende wettelijke rente. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
4. In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dat betekent dat alleen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen die in de belastingwetgeving zijn aangemerkt als voor bezwaar vatbaar. Het vergoeden van wettelijke rente omdat niet tijdig is voldaan aan een betalingsverplichting, vindt zijn grondslag in artikel 6:119 BW Pro en is dus niet gebaseerd op de belastingwetgeving. Evenmin is sprake van een besluit in de zin van de Awb. De kennisgeving is dan ook geen voor bezwaar en beroep vatbare beschikking.
5. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Gelet op dat wat in onderdeel 4 is overwogen, was het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk. Om die reden was er – los van de feitelijke gang van zaken in deze zaak – geen plicht om op grond van de nationale wet een hoorgesprek te houden. Die verplichting is er ook niet op basis van het Unierecht. De klacht van belanghebbende over het hoorrecht slaagt dus niet.. Het beroep is kennelijk ongegrond.
6. Belanghebbende kan het geschil met de inspecteur voorleggen aan de burgerlijke rechter op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 29 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.