ECLI:NL:RBZWB:2023:6865
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk tegen kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake een kennisgeving kostenvergoeding van wettelijke rente, voortvloeiend uit een eerdere uitspraak van de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat de kennisgeving van de kostenvergoeding wettelijke rente niet gebaseerd is op belastingwetgeving, maar op artikel 6:119 BW Pro, en derhalve geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht betreft.
Omdat het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent, is bezwaar alleen mogelijk tegen besluiten die expliciet voor bezwaar vatbaar zijn verklaard in de belastingwetgeving. De kennisgeving van wettelijke rente valt hier niet onder, waardoor het bezwaar van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De rechtbank benadrukt dat er geen verplichting bestond tot het houden van een hoorgesprek, noch op grond van nationale wetgeving noch op basis van Unierecht. Belanghebbende wordt gewezen op de mogelijkheid het geschil voor te leggen aan de burgerlijke rechter. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid.