ECLI:NL:RBZWB:2023:6868

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
5 oktober 2023
Zaaknummer
BRE-23_3061
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen kennisgeving kostenvergoeding in belastingzaak

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een kennisgeving kostenvergoeding van de inspecteur van de Belastingdienst, specifiek tegen een vermeende rentebeschikking in die kennisgeving. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat tegen een kennisgeving kostenvergoeding geen bezwaar mogelijk is. De rechtbank bevestigt dat de kennisgeving kostenvergoeding geen beslissing is die vatbaar is voor bezwaar en dat er geen rentebeschikking in de kennisgeving is opgenomen.

De rechtbank overweegt dat het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent, waardoor alleen bezwaar en beroep mogelijk zijn tegen besluiten die expliciet voor bezwaar vatbaar zijn verklaard. Omdat de kennisgeving kostenvergoeding niet onder deze categorie valt, is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van belanghebbende is daarom kennelijk ongegrond.

De rechtbank wijst erop dat belanghebbende het geschil kan voorleggen aan de burgerlijke rechter volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen de kennisgeving kostenvergoeding is ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/3061

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats], belanghebbende

([gemachtigde]),
en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 25 april 2023, betreffende de kennisgeving kostenvergoeding van 13 oktober 2021, naar aanleiding van een uitspraak op bezwaar van 26 augustus 2021.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De inspecteur heeft een kennisgeving kostenvergoeding toegezonden aan belanghebbende naar aanleiding van een uitspraak op bezwaar. De kennisgeving is een mededeling van de financiële uitkomst van de uitspraak op bezwaar.
3. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de kennisgeving. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
4. In beroep voert belanghebbende aan tegen de rentebeschikking in de kennisgeving op te komen.
5. In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dat betekent dat alleen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen die in de belastingwetgeving zijn aangemerkt als voor bezwaar vatbaar. De kennisgeving kostenvergoeding is niet als zodanig aan te merken. Een rentebeschikking is niet opgenomen in de betreffende brief.
6. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is kennelijk ongegrond.
7. Belanghebbende kan het geschil met de inspecteur voorleggen aan de burgerlijke rechter op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 29 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.