ECLI:NL:RBZWB:2023:6872

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
5 oktober 2023
Zaaknummer
BRE-23_597
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:119 BWWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar niet-ontvankelijk tegen kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de kennisgeving van de inspecteur waarin wettelijke rente werd toegekend wegens te late betaling van een kostenvergoeding. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de kennisgeving geen besluit in de zin van de belastingwetgeving of de Algemene wet bestuursrecht is.

De rechtbank bevestigt dat het vergoeden van wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW Pro geen belastingbesluit betreft en daarom niet vatbaar is voor bezwaar en beroep binnen het belastingrecht. Ook is er geen hoorplicht, noch op grond van nationale wetgeving noch op basis van Unierecht.

Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de verzoeken van de inspecteur tot proceskostenvergoeding worden afgewezen omdat de uitspraak zonder zitting plaatsvindt. Belanghebbende wordt gewezen op de mogelijkheid het geschil voor te leggen aan de burgerlijke rechter.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/597

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

([gemachtigde]),
en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 22 december 2022, betreffende de kennisgeving kostenvergoeding van 13 juli 2022, naar aanleiding van de uitspraak van deze rechtbank van 9 juni 2022.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De inspecteur heeft in de kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente toegekend omdat de bedragen die hij ingevolge de uitspraak van de rechtbank aan belanghebbende moest vergoeden, te laat heeft betaald.
3. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de in de kennisgeving toegekende wettelijke rente. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
4. In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dat betekent dat alleen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen die in de belastingwetgeving zijn aangemerkt als voor bezwaar vatbaar. Het vergoeden van wettelijke rente omdat niet tijdig is voldaan aan een betalingsverplichting, vindt zijn grondslag in artikel 6:119 BW Pro en is dus niet gebaseerd op de belastingwetgeving. Evenmin is sprake van een besluit in de zin van de Awb. De kennisgeving is dan ook geen voor bezwaar en beroep vatbare beschikking.
5. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Gelet op dat wat in onderdeel 4 is overwogen, was het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk. Om die reden was er – los van de feitelijke gang van zaken in deze zaak – geen plicht om op grond van de nationale wet een hoorgesprek te houden. Die verplichting is er ook niet op basis van het Unierecht. De klacht van belanghebbende over het hoorrecht slaagt dus niet. Het beroep is kennelijk ongegrond.
6. Belanghebbende kan het geschil met de inspecteur voorleggen aan de burgerlijke rechter op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze.
7. De inspecteur heeft verzocht belanghebbende te veroordelen in de proceskosten van de inspecteur vanwege procederen tegen beter weten in. De inspecteur heeft daarbij verzocht om een vergoeding van de reiskosten mocht deze zaak ter zitting komen.
8. Nu het beroep kennelijk ongegrond is en uitspraak wordt gedaan zonder zitting wordt het verzoek van de inspecteur afgewezen. Of sprake is van ‘procederen tegen beter weten in’ behoeft daarmee geen verdere behandeling.
9. Voor een proceskostenveroordeling van de inspecteur bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 29 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.