ECLI:NL:RBZWB:2023:6874
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen kennisgeving kostenvergoeding en wettelijke rente
Belanghebbende B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen de kennisgeving kostenvergoeding van de inspecteur van de Belastingdienst, waarin wettelijke rente is toegekend wegens te late betaling van een eerder toegekende kostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de kennisgeving van de kostenvergoeding en de daarbij toegekende wettelijke rente geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en evenmin een beschikking die vatbaar is voor bezwaar en beroep op grond van de belastingwetgeving. Dit volgt uit het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in het belastingrecht en het feit dat de wettelijke rente is gebaseerd op artikel 6:119 BW Pro, niet op belastingwetgeving.
Daarom is het bezwaar van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk verklaard. Ook is er geen verplichting tot het houden van een hoorgesprek, noch op grond van nationale wetgeving noch op basis van Unierecht. Het beroep is daarmee kennelijk ongegrond en de rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
De inspecteur had verzocht om proceskostenvergoeding wegens procederen tegen beter weten in, inclusief reiskosten voor een zitting. Dit verzoek wordt afgewezen omdat de uitspraak zonder zitting is gedaan en er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.
Belanghebbende wordt geadviseerd het geschil voor te leggen aan de burgerlijke rechter volgens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de kennisgeving kostenvergoeding en wettelijke rente is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.