ECLI:NL:RBZWB:2023:6889
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid CBR tot opleggen medisch onderzoek na politiebericht rijvaardigheid
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van het CBR om een medisch onderzoek door een oogarts op te leggen naar aanleiding van een politiebericht over haar rijgedrag. De politie meldde dat eiseres met gedoofde lichten een spoorwegovergang was gepasseerd en in het donker slecht kon zien, wat leidde tot een vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid.
Eiseres voerde aan dat het CBR niet bevoegd was het onderzoek op te leggen, omdat de mededeling van de politie niet ondertekend was en zij zelf geen problemen met haar zicht in het donker ervaart. De oogarts concludeerde dat haar visus normaal was en geen aanvullende rijtest nodig was. Desondanks legde het CBR een rijtest op vanwege de discrepantie tussen de politieverklaring en het oogonderzoek.
De rechtbank oordeelde dat het CBR op grond van de Wegenverkeerswet en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid bevoegd was het onderzoek op te leggen. De mededeling van de politie bevatte voldoende feiten en omstandigheden die een vermoeden van lichamelijke ongeschiktheid rechtvaardigen. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees tevens het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat de uitkomst geen aanleiding daartoe gaf.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot opleggen van medisch onderzoek blijft gehandhaafd.