Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats];
16 oktober 2023;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 25 september 2023 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1994. Betrokkene verblijft momenteel in een zorgaccommodatie en wordt vertegenwoordigd door een advocaat. Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, haar advocaat, de behandelaar, een verpleegkundige en een stagiair aanwezig; de officier van justitie was niet verschenen.
Betrokkene gaf aan zich beter te voelen en wilde het liefst op vrijwillige basis naar huis, maar erkende dat dit op korte termijn niet mogelijk is. Zij verzet zich tegen medicatiegebruik vanwege bijwerkingen en voelt zich onvoldoende gehoord. De behandelaar stelde dat betrokkene een manisch ontregeld toestandsbeeld vertoont en medicatie noodzakelijk is, mede omdat betrokkene de medicatie niet vrijwillig accepteert. De verpleegkundige bevestigde het manische beeld en het belang van medicatie.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene lijdt aan een bipolaire-stemmingsstoornis met een manisch ontregeld toestandsbeeld, waarbij sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel zoals levensgevaar, maatschappelijke teloorgang en agressie. De crisis is zo ernstig dat een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging wordt verleend voor drie weken, met een afwijzing van overige verzoeken.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorg om ernstig nadeel af te wenden.