Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats];
16 oktober 2023;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 25 september 2023 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een paranoïde psychotisch toestandsbeeld met katatonie. Betrokkene verblijft momenteel in een zorgaccommodatie en wordt bijgestaan door een advocaat. Tijdens de mondelinge behandeling werden ook een arts en begeleidster gehoord.
De arts lichtte toe dat betrokkene afwijkend gedrag vertoont, waaronder decorumverlies en gevaarlijk gedrag, en dat het psychotisch toestandsbeeld met katatonie nog niet voldoende is verbeterd. De vrijwilligheid van betrokkene wordt als onvoldoende bestendig beoordeeld, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat voortvloeit uit de psychische stoornis.
De rechtbank acht de toediening van vocht, voeding, medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, aanbrengen van beperkingen in de vrijheid en opname in een accommodatie noodzakelijk. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging wordt verleend voor drie weken, tot en met 16 oktober 2023. Het verzoek tot meer of andere zorg wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.