Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 1 oktober 2022 tot en met 19 januari 2023 te [plaats01] , opzettelijk middelen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven persoon/personen (een gedeelte van) zijn garage en woning ter beschikking te stellen;
in de periode van 1 oktober 2022 tot en met 19 januari 2023 te [plaats01] , tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk bewerken en verwerken van cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
- anderen middelen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en
- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden, dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- een deel van zijn garage en woning ter beschikking te stellen als opslag en productielocatie en
- onderdelen van een productieopstelling en/of productieapparaten voor handen te hebben en
- een hoeveelheid chemicaliën/grondstoffen, te weten ongeveer 95 liter ligrion (hexaan en/of isomeren van hexaan), 25 kilo calciumchloride, 25 kilo natriumwaterstofcarbonaat, 6 liter alcohol (ethanol), 5 ½ liter isopropylalcohol en/of 195 liter aceton, bestemd en/of geschikt voor de bewerking van cocaïne, voorhanden te hebben;
op 19 januari 2023 te [plaats01] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1.633 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
op 19 januari 2023 te [plaats01] , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 139 kilogram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;
op 19 januari 2023 te [plaats01] , munitie van de Categorie III, te weten 21 kogelpatronen (kaliber .38 special) voorhanden heeft gehad.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
32 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 1 primair tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
mr. S.H. van Nieuwkerk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 oktober 2023.