Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
4 augustus 2023. Hieruit blijkt dat problemen op de leefgebieden dagbesteding, financiën, psychosociaal functioneren en houding zijn gesignaleerd. Het risico op recidive, geweld en het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Gelet op de noodzaak tot gedragsbeïnvloeding adviseert de reclassering geen detentie op te leggen. Verdachte zal daardoor zijn woning verliezen wat de kans op recidive zal vergroten.
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
een gevangenisstraf van 153 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een taakstraf van 120 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
60 dagen;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf van 1 week;
een werkstraf van 30 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
1 week;
, € 2.150,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 23 februari 2023 tot aan de dag der voldoening.
mr. R.J.H. van der Linden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 oktober 2023.