Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats];
2 januari 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 oktober 2023 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten behoeve van betrokkene, die lijdt aan een bipolaire-stemmingsstoornis met een manisch-psychotisch toestandsbeeld.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan dat zij zich beter voelt en graag naar een open opnameafdeling wil verhuizen, terwijl zij de medicatie vrijwillig inneemt. De verpleegkundige in opleiding tot specialist (vios) stelde echter dat betrokkene vermoedelijk de medicatie niet correct inneemt en dat haar toestand grilliger is geworden, waardoor verplichte zorg noodzakelijk blijft.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene een ernstig nadeel ondervindt door haar stoornis, waaronder agressief gedrag en risico op zelfuitputting. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en effectief. De machtiging wordt daarom verleend voor drie maanden, met de mogelijkheid om in die periode te onderzoeken of het FACT-team toezicht kan houden op medicatie-inname bij een toekomstige opname in het [Centrum].
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor drie maanden met verplichte medicatie-inname en bewegingsbeperkingen.