Betrokkene is veroordeeld voor opzettelijk brandstichten met gevaar voor goederen en personen en is sinds 2016 terbeschikkinggesteld met verpleging van overheidswege. De tbs is reeds eerder verlengd. De rechtbank behandelt de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de tbs met één jaar.
De tbs-instelling adviseert verlenging vanwege complexe pathologie, waaronder een gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, en een matig-hoog recidiverisico bij beëindiging van de tbs. Betrokkene vertoont geen ziekte-inzicht, weigert behandeling en toont afwezigheid van intrinsieke behandelmotivatie. De reclassering ziet onvoldoende mogelijkheden om risico's te beperken en adviseert geen voorwaardelijke beëindiging.
De verdediging betoogt dat betrokkene stappen zet in resocialisatie, werkt en onbegeleid naar werk en winkelcentrum mag, en dat behandeling niet is aangeboden. De rechtbank constateert dat de tbs-instelling onvoldoende voortvarendheid betracht en dat de reclassering meer tijd nodig heeft om betrokkene te begeleiden.
Gelet op het aanhoudende recidivegevaar en de complexe problematiek verlengt de rechtbank de tbs met één jaar. De rechtbank wijst erop dat voorafgaand aan de volgende verlengingszitting een maatregelenrapport moet worden opgesteld over de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging.