Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 februari 2023 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van psychische en fysieke kindermishandeling van haar twee jonge kinderen. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met haar man een patroon van huiselijk geweld had gecreëerd waarbij de kinderen getuige waren, en dat verdachte op 17 februari 2022 haar jongste kind fysiek had mishandeld met voorwaardelijk opzet.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was dat de kinderen daadwerkelijk getuige waren van de ruzies, en dat het letsel aan het jongste kind het gevolg was van een ongeluk tijdens een worsteling tussen verdachte en haar man. De rechtbank oordeelde dat het éénmalig getuige zijn van een ruzie op zeer jonge leeftijd geen psychische kindermishandeling oplevert en dat er geen bewijs is dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op letsel aan haar kind heeft aanvaard.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank benadrukte dat het onderzoek heeft geleid tot positieve veranderingen in de thuissituatie van de kinderen door het bieden van hulp aan verdachte en haar man.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van psychische en fysieke kindermishandeling wegens ontbreken bewijs van bewust aanvaarden aanmerkelijke kans.