ECLI:NL:RBZWB:2023:6943

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2023
Publicatiedatum
9 oktober 2023
Zaaknummer
23-001921
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op klaagschrift ex artikel 552a Sv inzake inbeslagname van voertuig

Op 22 mei 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, uitspraak gedaan op een klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van een klager, geboren in Italië, die zijn in beslag genomen Citroën C3 terugvorderde. De inbeslagname vond plaats op 28 december 2022, omdat het voertuig zonder geldige kentekenplaten op de openbare weg werd bestuurd. Klager had het voertuig gekocht op een veiling in Italië en was naar Nederland gekomen om het op te halen. Hij voerde aan dat hij verkeerde informatie had ontvangen vanuit Italië en was bereid een boete te betalen voor de overtredingen. De officier van justitie stelde echter dat het beslag gehandhaafd moest blijven, omdat het voertuig niet verzekerd was en geen geldige APK-keuring had. Bovendien was klager eerder in de gelegenheid gesteld om de registratie van het voertuig in orde te maken, maar had hij dit nagelaten.

De rechtbank oordeelde dat er een strafvorderlijk belang bestond bij het voortduren van het beslag, aangezien klager verdacht werd van het besturen van een voertuig zonder geldige kentekenplaten. De rechtbank overwoog dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter later de verbeurdverklaring van het voertuig zou bevelen. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het klaagschrift ongegrond. De beslissing werd genomen door rechter E.B. Prenger, in aanwezigheid van griffiers M. van Grinsven en D. van Spelde, en is op dezelfde dag ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: /
rk.nummer: 23-001921
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]
geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] (Italië)
wonende op het [woonadres] (Italië)
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 28 december 2022 onder klager in beslag is genomen: een personenauto van het merk Citroën, type C3, kleur blauw en voorzien van [kenteken];
  • het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 20 januari 2023 ter griffie van deze rechtbank;
  • het verweerschrift van de officier van justitie; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 9 mei 2023. Gehoord is de officier van justitie mr. M.E.W.G. Stals.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat klager op 23 december 2022 naar Nederland is gekomen om een Citroën C3 op te halen, welke hij heeft gekocht op een veiling in Italië. De factuur van de aankoop van het voertuig is bijgevoegd
.Klager heeft aangevoerd dat een en ander heeft kunnen gebeuren omdat hij verkeerder informatie heeft verkregen vanuit Italië
.Klager is bereid de boete te betalen en wenst teruggave van zijn voertuig inclusief kenteken.
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat het beslag gehandhaafd dient te blijven. Daartoe is aangevoerd dat klager een proces-verbaal is aangezegd omdat het voertuig op de openbare weg reed zonder kentekenplaten. Aan de ruitenwisser van het voertuig was een tas bevestigd waarin zich Italiaanse handelaarskentekenplaten bevonden. Het voeren van dergelijke kentekenplaten is in Nederland niet toegestaan. De originele Nederlandse kentekenplaten hebben hun geldigheid verloren per 13 december 2022. Aangezien het voertuig een exportstatus heeft, mocht met het voertuig nog 14 dagen - welke termijn op moment van staandehouden reeds was verstreken - op de openbare weg worden gereden, mits het voertuig is verzekerd en een geldige APK heeft. Klager heeft verzuimd het voertuig tijdig uit te voeren. Daarnaast was het voertuig niet verzekerd en had het voertuig geen geldige APK-keuring. Klager heeft na de staandehouding 14 dagen de tijd gekregen om het voertuig correct te registreren, hetgeen niet is gebeurd. De officier van justitie stelt zich dan ook op het standpunt dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voertuig zal bevelen. Verzocht wordt het klaagschrift ongegrond te verklaren.
In raadkamer heeft de officier van justitie gepersisteerd bij het eerder ingenomen standpunt. In aanvulling daarop is aangevoerd dat, om daadwerkelijk een verbeurdverklaring te kunnen bewerkstelligen, de zaak bij de kantonrechter dient te worden aangebracht.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De rechtbank is van oordeel dat er een strafvorderlijk belang bestaat bij het voortduren van het beslag op het voertuig. Klager wordt verdacht van het op de openbare weg besturen van een voertuig zonder (geldige) kentekenplaten. Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] van 2 januari 2023 blijkt dat het voertuig zowel aan de voor- als achterzijde niet voorzien was van geldige kentekenplaten en dat er geen verzekering was afgegeven voor het voertuig. Daarnaast was het voertuig volgens de officier van justitie niet voorzien van een geldige APK-keuring. Klager is eerder door de politie in de gelegenheid gesteld de registratie van het voertuig binnen 14 dagen in orde te maken, hetgeen niet is gebeurd. Klager mocht zich derhalve op 28 december 2022 niet op de openbare weg bevinden met het voertuig. Het is de rechtbank niet gebleken dat het voertuig momenteel wel is voorzien van een juiste registratie, waardoor het voertuig tot op heden niet geschikt is aan het verkeer deel te nemen. Klager is evenmin in raadkamer verschenen om zijn klaagschrift toe te lichten. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van het voertuig zal bevelen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag ongegrond verklaren.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart
- het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 22 mei 2023 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven en mr. D. van Spelde, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2023.
De griffiers zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).