Belanghebbende kocht in april 2018 een chalet op een vakantiepark met de intentie om een gezin onderdak te bieden. Het chalet werd niet voor eigen gebruik aangeschaft en was een roerende zaak. Door omstandigheden werd het chalet in december 2018 weer verkocht, wat resulteerde in een vermogensverlies van €19.500. Dit verlies werd in de aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2019 in aftrek gebracht.
De inspecteur wees dit af en legde een aanslag IB/PVV 2019 op met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €29.427 en belastingrente. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het verlies niet aftrekbaar is omdat het chalet geen eigen woning was en de verkoop vóór de peildatum 1 januari 2019 had plaatsgevonden. De rendementsgrondslag in Box 3 wordt vastgesteld op de peildatum, en het chalet was toen geen bezit meer.
Daarnaast was het niet mogelijk het verlies als persoonsgebonden aftrek of durfkapitaal in aftrek te brengen. De rechtbank wees erop dat belanghebbende over 2019 geen belasting in Box 3 verschuldigd was, zodat aftrek van het verlies geen effect zou hebben gehad. Ook de belastingrente werd terecht in rekening gebracht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag en belastingrentebeschikking blijven in stand.