Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:698

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 februari 2023
Publicatiedatum
6 februari 2023
Zaaknummer
21/5935
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:42 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:31 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak heropening onderzoek in bezwaarprocedure dividendbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake een naheffingsaanslag dividendbelasting en belastingrente. Tijdens de zitting op 26 januari 2023 heeft de rechtbank vastgesteld dat de inspecteur beschikt over een vragenbrief aan de custodian, die volgens de inspecteur niet tot de zaak behoort.

De rechtbank oordeelt echter dat deze brief wel degelijk een op de zaak betrekking hebbend stuk is in de zin van artikel 8:42 Awb Pro. Daarom wordt de inspecteur in de gelegenheid gesteld deze brief alsnog te overleggen binnen twee weken, dan wel te verklaren dat hij niet aan deze verplichting zal voldoen.

Na overlegging of weigering krijgt belanghebbende de mogelijkheid om zich uit te laten over de inhoud van de brief of de gevolgen van het niet overleggen. De rechtbank wijst partijen op het recht om zich ter zitting hierover uit te spreken. Tot de einduitspraak worden verdere beslissingen, waaronder over proceskosten, aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en beveelt de inspecteur om binnen twee weken een relevante brief over te leggen of te melden dat dit niet zal gebeuren.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 21/5935
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 6 februari 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], gevestigd te [plaats] (Verenigde Staten), belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

1.Inleiding

1.1.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 november 2011 betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag dividendbelasting en de daarbij gegeven beschikking belastingrente.
1.2.
Bij brief van 13 januari 2023 heeft belanghebbende de rechtbank gevraagd om de inspecteur te verzoeken alsnog een aantal stukken in te brengen.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 26 januari 2023 op zitting behandeld. Namens belanghebbende is, met bericht, niemand verschenen. Namens de inspecteur zijn verschenen [inspecteur] en [inspecteur]. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt waarvan een afschrift tegelijk met een afschrift van deze tussenuitspraak aan partijen wordt gezonden.

2.Overwegingen

2.1.
Bij sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken schriftelijk uitspraak te doen. De rechtbank zal het onderzoek heropenen.
2.2.
Tijdens de in 1.3 bedoelde zitting heeft de inspecteur meegedeeld dat hij beschikt over een vragenbrief die hij heeft gestuurd aan de custodian (de brief), maar dat de brief zijns inziens geen op de zaak betrekking hebbend stuk is.
2.3.
Naar het oordeel van de rechtbank is de brief wel aan te merken als een op de zaak betrekking hebbend stuk als bedoeld in artikel 8:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Niet valt in te zien waarom de brief – anders dan de daarop volgende informatie – geen op de zaak betrekking hebbend stuk is.
2.4.
De rechtbank zal de inspecteur in de gelegenheid stellen de brief alsnog over te leggen. Indien de inspecteur de brief niet overlegt, kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekkingen maken die die zij geraden acht. [1] De rechtbank zal de inspecteur twee weken de tijd geven om aan de verplichting van artikel 8:42 van Pro de Awb te voldoen, dan wel aan te geven dat hij niet aan deze verplichting zal voldoen. Belanghebbende krijgt daarna de gelegenheid om zich uit te laten over hetzij de inhoud van de overgelegde brief, hetzij de gevolgen die moeten worden verbonden aan het niet overleggen van de brief.
De rechtbank wijst partijen bij deze op hun recht ter zitting te worden gehoord zodat zij zich ook daarover kunnen uitlaten bij hun reacties naar aanleiding van deze tussenuitspraak.
2.5.
De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

3.Beslissing

De rechtbank:
  • heropent het onderzoek;
  • draagt de inspecteur op binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid de brief te overleggen, en zo ja, dit te doen binnen de genoemde termijn van twee weken na verzending van deze beslissing;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, voorzitter, mr. drs. J.H. Bogert en mr. A. Laghmouchi, leden, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier, op 6 februari 2023. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing kan ingevolge artikel 8:104, derde lid, van de Awb slechts tegelijk met het hoger beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaak hoger beroep worden ingesteld.

Voetnoten

1.Artikel 8:31 van Pro de Awb.