Op 7 juni 2023 vond een raadkamerzitting plaats bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in Breda over klaagschriften betreffende beslaglegging ex artikel 552a Sv op goederen in een voertuig van klager. In het voertuig werden onder meer 6 horloges, 8 telefoons met simkaarten, valse kentekenplaten en merkkleding aangetroffen. De horloges bleken nep en zijn vernietigd.
Klager ontkent afstand te hebben gedaan van het voertuig en stelt dat hij de strafbeschikking met geldboete en verbeurdverklaring niet heeft ontvangen, waardoor hij geen verzet kon instellen. Klager heeft een vriend gevraagd goederen op te halen, maar ontkent dat deze vriend gemachtigd was om dit te doen. De officier van justitie kon niet bevestigen of alle goederen die klager claimt in beslag waren genomen of teruggegeven.
De rechtbank achtte de procedure onzorgvuldig en besloot de behandeling aan te houden om de officier van justitie gelegenheid te geven aanvullende stukken te overleggen, waaronder bewijs van ontvangst van de strafbeschikking door klager en een aanvullend proces-verbaal over de inbeslagname en afhandeling. Klager wordt in de gelegenheid gesteld de brief van het Openbaar Ministerie te overleggen waarin staat dat hij de goederen en het voertuig zou terugkrijgen. De behandeling wordt voortgezet op 22 augustus 2023.