ECLI:NL:RBZWB:2023:6985

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 juni 2023
Publicatiedatum
10 oktober 2023
Zaaknummer
23-002000
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 lid 1 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak in mega strafzaak drugscriminaliteit

Verzoeker, verdacht in een omvangrijke mega strafzaak gericht op georganiseerde drugscriminaliteit en productie van cocaïne, werd vrijgesproken door de meervoudige kamer. Hij verzocht de rechtbank om vergoeding van de kosten van zijn rechtsbijstand, die aanzienlijk waren vanwege de complexiteit van het dossier en het inschakelen van meerdere advocaten.

De rechtbank hield op 7 juni 2023 een raadkamerzitting waarbij de officier van justitie en de advocaten van verzoeker werden gehoord. De officier van justitie betwistte deels de hoogte van de declaraties vanwege overlap in dossierstudie tussen de advocaten, maar erkende de bijzondere omstandigheden rondom de overstap van raadsman.

De rechtbank oordeelde dat de zaak zonder strafoplegging eindigde en dat op grond van artikel 530 Sv Pro vergoeding van kosten rechtsbijstand mogelijk is indien billijkheid dat vereist. Gezien de complexe aard van het onderzoek, de onverwachte belangenconflicten en de omvangrijke voorbereiding achtte de rechtbank het gevraagde bedrag van €35.727,79 aan kosten en €680 aan proceskosten billijk en wees het verzoek toe.

De vergoeding wordt overgemaakt aan de Stichting Beheer Derdengelden Van Asselt & Broere Strafrechtadvocaten. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt toegewezen voor een bedrag van €36.407,79.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02/316733-21
rk-nummer: 23-002000
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 20 januari 2023, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres] België
Verzoeker heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van raadsman mr. H. van Asselt te Roosendaal op het adres Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 35.727,79 voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het vonnis van de meervoudige kamer van 28 oktober 2022 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie.
Op 7 juni 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis, mr. H. van Asselt als gemachtigd advocaat van verzoeker en diens kantoorgenoot mr. M. Broere, gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat verzoeker werd verdacht van het plegen van een misdrijf, de strafzaak tegen verzoeker is echter is zonder oplegging van straf of maatregel geëindigd doordat de meervoudige kamer verzoeker heeft vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Verzoeker heeft voor het verhoor, de voorbereiding en de behandeling van de strafzaak verschillende raadslieden ingeschakeld, derhalve zijn deze posten afzonderlijk in de urenspecificatie opgenomen. Aan de aan verzoeker verleende rechtsbijstand zijn veel uren besteed omdat verzoeker werd verdacht in de mega strafzaak Pannatone welke meer dan 30 ordners aan politieonderzoek behelst. Bovendien zijn er in dit onderzoek meerdere medeverdachten betrokken en betreft het een omvangrijk onderzoek naar georganiseerde drugscriminaliteit in het algemeen en productie van cocaïne in het bijzonder. Verzoeker heeft in samenspraak met zijn eerste raadsman mr. M. Broere besloten voor de zitting gebruik te maken van de diensten van diens kantoorgenoot mr. H. van Asselt. Verzoeker verzoekt de gemaakte kosten van de aan hem verleende rechtsbijstand door mr. M. Broere voor een bedrag van
€ 24.523,35 én de gemaakte kosten van de aan hem verleende rechtsbijstand door mr. H. van Asselt voor een bedrag van € 11.204.44, te vergoeden. Te vermeerderen met het bedrag aan forfaitaire vergoeding voor het opstellen en in raadkamer bespreken van het verzoekschrift.
De officier van justitie persisteert bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en heeft ter raadkamer hieraan toegevoegd dat mr. M. Broere zowel verzoeker als [medeverdachte] heeft bijgestaan en er derhalve een overlap is in het aantal gedeclareerde uren voor de bestudering van het dossier. Hetzelfde strafdossier – en dan met name het strafdossier ten aanzien van feit Lepelstraat – hoeft immers niet tweemaal worden bestudeerd. Ten aanzien van de overstap van raadsman blijkt niet uit het vonnis dat deze overstap nodig en passend is geweest en is de overstap wellicht aan verzoeker zelf te wijten.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 35.727,79is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. Hierbij is van belang dat op raadkamer is toegelicht dat de eveneens door mr. M. Broere bijgestane [medeverdachte] ter zitting van 16 september 2022 belastend is gaan verklaren over verzoeker. Daardoor werd mr. M. Broere onverwacht geconfronteerd met tegenstrijdige belangen. In overleg met de toenmalige zaaks- en zittingsofficier van justitie is besloten dat mr. H. van Asselt de verdediging van verzoeker zou overnemen. Gelet daarop acht de rechtbank ook het aantal uren voorbereiding op de 3 dagen voorafgaand aan de zitting van 21 september 2022 met een uurtarief van € 295,- billijk.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot het verzochte bedrag van
€ 36.407,79bestaande uit:
- € 35.727,79 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ € 36.407,79zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van Asselt & Broere Strafrechtadvocaten, onder vermelding van “Schadevergoeding [verzoeker] ”.
Deze beslissing is op 21 juni 2023 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).