Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[verweerster sub 1] ,
EEN OF MEER (ONDER)HUURDERS VAN WIE DE NAMEN NIET KUNNEN WORDEN ACHTERHAALD, WONENDE TE [woonadres],
3.[belanghebbende / hypotheekgever sub 3] ,
1.De procedure
2.Het verzoek
huurbeding als bedoeld in artikel 3:264 BW Pro, alsmede tot ontruiming binnen 3 dagen na betekening van de in deze te wijzen beschikking door de (onder)huurders/gebruikers van de [woonadres] , hierna te noemen: het onderpand.