ECLI:NL:RBZWB:2023:7005

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 september 2023
Publicatiedatum
10 oktober 2023
Zaaknummer
23-011116
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding na beleidssepot op grond van artikel 530 Sv

De enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 september 2023 het verzoek van verzoeker om een schadevergoeding toe te kennen op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De zaak was geëindigd in een beleidssepot van 21 april 2023, zonder oplegging van straf of maatregel.

Hoewel de officier van justitie schriftelijk had aangegeven dat er geen gronden van billijkheid waren voor vergoeding, heeft de raadsman van verzoeker tijdens de zitting een uitgebreide toelichting gegeven over de omstandigheden van de verdenking en het sepot. De rechtbank achtte deze toelichting voldoende aannemelijk om billijkheidsggronden aan te nemen.

De rechtbank besloot het verzoek tot vergoeding toe te wijzen en kende het bedrag van €3.379,02 toe voor de kosten van rechtsbijstand. Daarnaast werd een forfaitair bedrag van €680,00 toegekend voor de kosten van het opstellen en behandelen van het verzoekschrift in de raadkamer. De totale vergoeding van €4.059,02 zal worden overgemaakt op de derdenrekening van de advocaat van verzoeker.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open voor zowel de officier van justitie als de gewezen verdachte binnen de wettelijke termijnen.

Uitkomst: De rechtbank wijst een schadevergoeding van €4.059,02 toe aan verzoeker na een beleidssepot.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-104898-23
raadkamernummer : 23-011116
datum : 08 september 2023
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.W. van Voorst Vader advocaat te Terneuzen, (Axelsestraat 1, 4537 AA Terneuzen),
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
  • het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro ten laste van de Staat voor een bedrag € 3.379,02, zijnde de kosten voor rechtsbijstand, te vermeerderen met € 680,00 zijnde de kosten met betrekking tot het opstellen, indienen en het behandelen van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het sepot d.d. 21 april 2023;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 8 september 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. R.C.P. Rammeloo en de gemachtigd raadsman mr. R.W. van Voorst Vader advocaat te Terneuzen gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat het om een beleidssepot gaat, zodat er geen gronden van billijkheid aanwezig zijn om een vergoeding toe te kennen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat er wel gronden van billijkheid aanwezig zijn om tot een vergoeding te komen. Namens verzoeker is door de raadsman bij de behandeling in raadkamer een uitgebreide toelichting gegeven omtrent de omstandigheden van de verdenking en het uiteindelijke sepot.
De officier van justitie blijft bij het schriftelijk ingenomen standpunt.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij of zij heeft geleden.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank is van oordeel dat, hoewel er sprake is van een beleidssepot, namens verzoeker bij de behandeling in raadkamer voldoende aannemelijk is gemaakt dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn om het verzoek tot schadevergoeding toe te kennen.
Het verzochte bedrag aan rechtsbijstand ter grootte van
€ 3.379,02is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van € 4.059,02.
De rechtbank bepaalt dat een bedrag van € 4.059,02 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Derdenrekening De Rechter Advocaten te Hulst/Terneuzen, onder vermelding van ” [verzoeker] / [kenmerk] ”.
Deze beslissing is op 22 september 2023 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2023.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.