ECLI:NL:RBZWB:2023:7009

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 september 2023
Publicatiedatum
10 oktober 2023
Zaaknummer
23-011879
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding na sepot zonder strafoplegging

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 september 2023 een verzoek tot schadevergoeding van een verdachte, ingediend op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De zaak was geseponeerd zonder strafoplegging, en de verdachte was niet in voorlopige hechtenis geweest. De raadsman van de verdachte lichtte het verzoek toe, terwijl de verdachte zelf niet aanwezig was.

De officier van justitie stond na toelichting van de raadsman volledig achter het verzoek. De rechtbank oordeelde dat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank was vervolgd of zou worden vervolgd, waardoor zij bevoegd was het verzoek te behandelen. Op grond van artikel 530 Sv Pro kan een verdachte een vergoeding krijgen voor geleden schade als de zaak niet tot veroordeling leidt.

De rechtbank vond dat er billijkheidsgronden waren om de schadevergoeding toe te kennen. Het gevraagde bedrag van €1.364,03 voor rechtsbijstand werd als voldoende onderbouwd en billijk beoordeeld. Daarnaast werd een forfaitair bedrag van €680,00 toegekend voor de kosten van het indienen en behandelen van het verzoekschrift. De totale vergoeding van €2.044,03 wordt overgemaakt op een derdenrekening van de advocaat.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open voor zowel de officier van justitie als de verdachte binnen de wettelijke termijnen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schadevergoeding toe en kent een bedrag van €2.044,03 toe.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-114621-23
raadkamernummer : 23-011879
datum : 08 september 2023
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. J. Schuttkowski advocaat te Hulst, (Havenfort 2, 4561 GD Hulst)
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
  • het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro ten laste van de Staat voor een bedrag van € 1.364,03, zijnde de kosten voor rechtsbijstand, te vermeerderen met € 680,00 zijnde de kosten met betrekking tot het opstellen, indienen en het behandelen van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het sepot d.d. 4 mei 2023;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 8 september 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. R.C.P. Rammeloo en de gemachtigd raadsman mr. R.W. van Voorst Vader advocaat te Terneuzen gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.
Namens verzoeker heeft de raadsman het verzoek in raadkamer nader toegelicht.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek na de gegeven toelichting van de raadsman geheel kan worden toegewezen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij of zij heeft geleden.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank is van oordeel dat de raadsman in raadkamer het verzoek om schadevergoeding genoegzaam heeft toegelicht en derhalve aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn om het verzoek tot schadevergoeding toe te kennen.
Het verzochte bedrag aan rechtsbijstand ter grootte van
€ 1.364,03is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van € 2.044,03.
De rechtbank bepaalt dat een bedrag van € 2.044,03 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] , ten name van Derdenrekening De Rechter Advocaten te Hulst/Terneuzen, onder vermelding van “ [kenmerk] ”.
Deze beslissing is op 22 september 2023 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2023.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.