ECLI:NL:RBZWB:2023:7019
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunning kansspelautomaten
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Kansspelautoriteit (Ksa) om haar exploitatievergunning voor kansspelautomaten in te trekken. Zij stelt dat het intrekkingsbesluit haar in een acute financiële noodsituatie brengt, omdat zij per direct moet stoppen met het exploiteren van de automaten, waardoor zij haar financiële verplichtingen niet kan nakomen.
De Ksa betwist het spoedeisende belang en wijst op het eigen vermogen van verzoekster en de verwachting dat binnen drie maanden een beslissing op bezwaar zal volgen. Tijdens de zitting gaf verzoekster aan dat zij de periode tot de beslissing op bezwaar met haar eigen vermogen kan overbruggen, waardoor geen acute financiële noodsituatie ontstaat.
Daarnaast is gebleken dat de speelautomaten onderdeel zijn van een koop-huurovereenkomst met een derde partij, die in onderhandeling is met een mogelijke koper. Verzoekster stelt dat de automaten voorlopig onder haar vergunning moeten blijven vallen om de verkoop mogelijk te maken, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat de ontbindende voorwaarde in de koop-huurovereenkomst ervoor zorgt dat bij intrekking van de vergunning de automaten teruggaan naar de derde partij.
De voorzieningenrechter concludeert dat geen sprake is van een spoedeisend belang of evident onrechtmatig besluit en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Een verdere beoordeling van de zaak vindt niet plaats en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de exploitatievergunning wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.