Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de korpschef van Politie op zijn aanvraag om inzage in persoonsgegevens op grond van de AVG. De aanvraag dateert van 20 januari 2023 en het beroep werd ingesteld op 12 juni 2023 nadat de beslistermijn was verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep rechtsgeldig is ingesteld en voldoet aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht. Na het instellen van het beroep heeft de korpschef alsnog op 11 juli 2023 een besluit genomen, waarin de maximale dwangsom van € 1.442,- is vastgesteld.
Omdat het besluit is genomen na het instellen van het beroep en eiser zich in het besluit kan vinden, is er geen procesbelang meer bij het beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Wel moet de korpschef het griffierecht van € 184,- aan eiser vergoeden. Verzoek tot vergoeding van juridische advieskosten wordt afgewezen omdat deze niet voor vergoeding in aanmerking komen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.