ECLI:NL:RBZWB:2023:7027
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Van Term
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming inschrijving minderjarige kinderen op basisschool
Partijen zijn gehuwd en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over negen minderjarige kinderen, waarvan zes jongste kinderen onderwerp zijn van dit geschil. De kinderen verblijven bij de moeder, die hen heeft aangemeld voor een basisschool voor zogenaamde wen-dagen. Voor definitieve inschrijving is toestemming van beide ouders vereist, maar de vader weigert deze toestemming te geven.
De moeder vordert vervangende toestemming voor inschrijving van de kinderen op de basisschool. De vader geeft aan geen toestemming te verlenen omdat hij niet meer samenwoont met de moeder en geen zicht heeft op de kinderen, maar hij vindt het wel belangrijk dat de kinderen naar school gaan en verzoekt de rechtbank de vervangende toestemming te verlenen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de zaak onder Nederlands recht valt vanwege de gewone verblijfplaats van de kinderen. Gezien het belang van de minderjarigen wordt de vordering toegewezen en wordt de moeder vervangende toestemming verleend om de kinderen in te schrijven. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend aan moeder voor inschrijving van zes minderjarige kinderen op basisschool.