Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt, geboren in 1998, voor de duur van zes maanden op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd).
Cliënt erkent de noodzaak van zorg en trauma-behandeling, maar verzet zich tegen opname op de voorgestelde locatie vanwege persoonlijke voorkeuren en angst. Diverse zorgverleners, waaronder een orthopedagoog en mentor, bevestigen de ernst van haar situatie: een licht verstandelijke beperking, posttraumatische stressstoornis, emotieregulatiestoornis, en een problematische thuissituatie met huiselijk geweld en middelenmisbruik.
De rechtbank concludeert dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen, dat minder ingrijpende middelen ontbreken, en dat cliënt zich verzet tegen opname. De machtiging wordt daarom verleend voor zes maanden, waarbij de betrokken begeleiders betrokken blijven en de huidige huisvesting van cliënt behouden blijft.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden om cliënt een noodzakelijk therapeutisch behandeltraject te laten volgen.