De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 september 2023 een rekestprocedure betreffende de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij een tante, die tevens pleegouder is. De minderjarige was sinds 22 juni 2023 onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling (GI) en geplaatst bij de tante. De machtiging tot uithuisplaatsing liep oorspronkelijk tot 22 september 2023.
De GI en de Raad voor de Kinderbescherming rapporteerden dat het terugplaatsingstraject naar de ouders vertraging had opgelopen door capaciteitsproblemen en verstoorde communicatie tussen ouders en tante. Er was geen concreet toekomstplan en de tante werkte niet mee zonder begeleiding. De ouders maakten bezwaar tegen de stagnatie en vroegen om een rechterlijke beslissing om voortgang te bevorderen.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de minderjarige vereist dat het terugplaatsingstraject niet verder stagneert, maar erkende dat de GI tijd nodig heeft om een concreet plan van aanpak te ontwikkelen. Daarom verlengde de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing tot 16 november 2023 en stelde de beslissing op het restantverzoek uit tot een mondelinge behandeling op 2 november 2023. Tevens werd bepaald dat de contactregeling tussen minderjarige en ouders onder regie van de GI dient te worden uitgebreid.