ECLI:NL:RBZWB:2023:7092

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
AWB- 23_3580 V
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens te late griffierechtbetaling

Opposanten hadden beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Tegen deze uitspraak werd verzet ingesteld. De rechtbank beoordeelde of het buiten redelijke twijfel stond dat het beroep niet-ontvankelijk was.

Opposanten stelden dat zij niet geïnformeerd waren over het afhalen van de aangetekende nota en dat zij op vakantie waren toen de nota per gewone post werd toegestuurd. Zij betaalden het griffierecht direct na terugkomst, een dag voor de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank constateerde dat de betaling niet tijdig was, maar dat de vordering nog niet was afgeboekt, waardoor betaling alsnog mogelijk was.

De rechtbank oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was en verklaarde het verzet gegrond. Hierdoor vervalt de eerdere uitspraak en wordt het onderzoek hervat in de stand van vóór die uitspraak. De zaak zal alsnog op zitting worden behandeld. Er worden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de zaak wordt inhoudelijk behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3580 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2023 op het verzet van

[opposanten] , te [plaats] , opposanten.

Procesverloop

1. Opposanten hebben tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] van 17 mei 2023 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.
1.1.
Bij uitspraak van 23 augustus 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
1.2.
Opposanten hebben tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
1.3.
Opposanten hebben niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat het griffierecht niet tijdig was betaald.
3. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittinguitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
4. Opposanten voeren tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat zij door PostNL nooit zijn geïnformeerd over het afhalen van de aangetekende nota. Op 3 augustus 2023 heeft de rechtbank de nota nogmaals per gewone postzending toegestuurd. Opposanten waren van 25 juli 2023 tot 21 augustus 2023 echter op vakantie. Op 22 augustus 2023 hebben opposanten het griffierecht direct overgemaakt.
5. De verzetrechter stelt vast dat opposanten een dag voor de uitspraak van 23 augustus 2023 het verschuldigde griffierecht hebben voldaan. Alhoewel deze betaling niet tijdig was, had de rechtbank de openstaande vordering nog niet afgeboekt. Hierdoor was het voor opposanten mogelijk om het griffierecht alsnog te voldoen en is de betaling niet automatisch teruggestort.
6. De verzetrechter is dan ook van oordeel dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, niet-ontvankelijk was en de zaak ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. De zaak wordt hierna alsnog op een zitting behandeld. Ter voorlichting merkt de rechtbank op dat ook na het onderzoek ter zitting het eindoordeel kan zijn dat het beroep niet-ontvankelijk is.
7. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 12 oktober 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.