Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.de vereniging VERENIGING BUMA
STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN (SENA).
1.Het verloop van de procedure
2.Het geschil
3.Het geschil
€ 160,14 + € 319,88 = € 640,16. Beide bedragen van € 518,92 + € 640,16 resulteren (afgerond) in voornoemd bedrag van in totaal € 1.159,11.
€ 1.957,58 is betaald op 7 oktober 2021 en dat zij middels deze betaling de licentievergoeding voor de jaren 2020 en 2021 heeft voldaan. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in dit betoog. Het bankbeslag dat door DBP is gelegd ziet op de proces- en executiekosten die verband houden met het vonnis in kort geding van 9 december 2019 van in totaal € 2.012,12 (productie 12 bij conclusie van repliek), welk beslag doel heeft getroffen voor een bedrag van
€ 1.957,58. Dat bedrag is op 7 oktober 2021 door DBP ontvangen en ziet dus niet op de thans gevorderde schadevergoeding over de jaren 2019, 2020 en 2021, maar op de proces- en executiekosten uit voornoemde kort geding procedure. Van een teveel betaald bedrag van € 355,96 is - anders dan [gedaagde] meent - dan ook geen sprake.
€ 425,68, waarvan [gedaagde] evenmin de verschuldigdheid en omvang heeft betwist.
€ 132,00