ECLI:NL:RBZWB:2023:7109
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand zelfstandigen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg tot afwijzing van zijn aanvraag om bijstand voor zelfstandigen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
De voorzieningenrechter heeft het spoedeisend belang van verzoeker aangenomen en heeft vervolgens ook direct in de hoofdzaak uitspraak gedaan. Het geschil spitst zich toe op de vraag of verzoeker voldoet aan de voorwaarden van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bbz, en of het college zich te formalistisch heeft opgesteld bij de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarde dat hij een uitkering uit hoofde van werkloosheid moet ontvangen voordat hij als zelfstandige start. De omstandigheden waaronder verzoeker zijn dienstverband heeft beëindigd zijn niet relevant voor deze beoordeling. Het college heeft terecht vastgehouden aan de wettelijke criteria en heeft het beroep ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 12 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden van het Bbz.