ECLI:NL:RBZWB:2023:7176
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde van recreatiewoning in West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn recreatiewoning, gelegen in West-Brabant, vastgesteld op €106.000 per 1 januari 2020. De rechtbank heeft het bezwaar en het daarop volgende beroep behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld.
De woning betreft een vrijstaande recreatiewoning uit 1978 met een oppervlakte van 93 m2 en een perceel van 565 m2. De heffingsambtenaar baseerde de waardebepaling op de vergelijkingsmethode, ondersteund door een taxatierapport van een onafhankelijke taxateur. De rechtbank acht de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en de taxatie betrouwbaar.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde maximaal €87.000 zou moeten zijn en dat onvoldoende rekening was gehouden met verschillen tussen referentiewoningen. Deze stellingen werden door de rechtbank gemotiveerd verworpen. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Beroep tegen WOZ-waarde van €106.000 wordt ongegrond verklaard en waarde gehandhaafd.