ECLI:NL:RBZWB:2023:7242
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring bezwaar last onder dwangsom wegens termijnoverschrijding
Eiseres maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom die het college op 15 november 2021 aan haar had opgelegd om binnen bepaalde termijnen sloop- en opruimwerkzaamheden op haar perceel uit te voeren. Het college verklaarde het bezwaar op 4 juli 2022 niet-ontvankelijk omdat eiseres de bezwaargronden niet tijdig had ingediend.
Eiseres stelde dat de bezwaarprocedure in overleg met het college was 'geparkeerd' en dat een medewerker van het college haar telefonisch had toegezegd dat de termijn zou worden verlengd. Ook voerde zij aan dat het college in strijd met het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel had gehandeld en dat de dwangsom onredelijk hoog was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd voor de toezeggingen namens het college en dat de e-mails van het college duidelijk maakten dat de bezwaargronden binnen een gestelde termijn moesten worden ingediend. Het verzoek om termijnverlenging werd niet door het college gehonoreerd, en eiseres heeft geen gronden ingediend binnen de gestelde termijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het college mocht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren wegens het niet tijdig indienen van bezwaargronden.